Als er gevraagd wordt “Wie ben je? ” vertellen we meestal een verhaal.
We vertellen een verhaal met onze naam en misschien onze leeftijd en geslacht.
We vertellen misschien of we vader of moeder zijn, over ons beroep, hobby’s en opleiding(en).
We vertellen misschien of we al dan niet een of meerdere liefdespartners hebben.
We vertellen misschien over ziektes of over lijfelijke kenmerken.
We vertellen misschien over ons verleden of over onze toekomstprojecties.
We vertellen misschien wat we willen en wat we niet willen en waar we van houden en waar we niet van houden.
We lijken ons ook vaak te identificeren met dat verhaal.
We zeggen dan dingen als: “Ik ben dit” en “Ik ben dat” en “Ik ben zus” en “Ik ben zo” of “Ik ben iemand die ” of “Ik ben iemand met”.
En daar is niks mis mee.
Maar wat je ook invult achter: “Ik ben…”, dat is niet wat je wezenlijk bent.
Je bent niet je (veranderlijke) verhaal.
Wat je wezenlijk bent is iets wat permanent en onveranderlijk aanwezig is.
Wat je wezenlijk bent is onbenoembaar.
Door de eeuwen heen is getracht hier met woorden naar te verwijzen.
Met woorden als energie, het vormloze, eenheid, bron, oneindige ruimte, gewaarzijn, kwantumveld, het Niets, Mind, Liefde.
Wat heb je daar nou aan? Waarom zou je je daarin verdiepen?
Is dat niet heel zweverig?
Nee, dat is super praktisch.
Want als het ergens ‘wringt en schuurt’, op wat voor gebied dan ook, dan is het heel behulpzaam en praktisch om inzicht te hebben in hoe jouw realiteit tot stand komt en in wat je wezenlijk bent.
Dat inzicht brengt namelijk rust met zich mee. En helderheid. En ruimte. En gemak. En vrijheid. En liefde.